Mannen die in de Maas sprongen om telefoon: 'Vreselijk, je leven wagen voor een mobieltje'

Twee twintigers sprongen afgelopen week in de Maas omdat een telefoon in de rivier was gevallen. De mannen kwamen niet meer boven, dus werd een grootschalige zoekactie op touw gezet. Het was afgelopen week een van de meest gelezen artikelen. RTL Nieuws-redacteur Lisanne van Sadelhoff probeert erachter te komen waarom dit verhaal zoveel losmaakte.
Twee Duitse jongens van 21 en 22 raakten afgelopen week in de Maas bij Venlo vermist. De politie begon een grote zoektocht en op sociale media werd meegeleefd met de jongens en de familie van de drenkelingen.
In het woord 'drenkeling' zit een grote mate van onzekerheid. Het kan, feitelijk, iemand zijn die al is verdronken, maar het kan óók iemand zijn die dreigt te verdrinken – maar nog gered kan worden. De hoopvollen op social media (waar er slechts een handvol van waren) gingen van dat laatste uit, 'misschien zijn ze ergens op het droge maar kunnen ze niemand bereiken'. De rest ging van het ergste uit, en stilzwijgend wist iedereen bij berichten die volgden – 'zoektocht hervat', 'politie zoekt door' – dat de kans op goed bericht steeds kleiner werd.
Het bericht over de twee drenkelingen werd zo mogelijk nog tragischer toen de politie bekendmaakte dat één van de jongens vermoedelijk zijn telefoon in het water had laten vallen en die achterna was gesprongen. 'Vreselijk, je leven wagen voor een mobieltje', schreef iemand. 'Een telefoon is vervangbaar, een mensenleven niet.' En: 'Zo veel is een telefoon toch niet waard?' Waarop anderen reageerden met: 'Wat een domme opmerkingen hier. Als ze dit van tevoren hadden geweten, hadden ze toch niet gesprongen?'
Vergroeid met telefoon
Daar zit de tragiek. Er is iets ergs gebeurd dat niet had hoeven gebeuren. Als ze misschien twee keer hadden nagedacht, als ze misschien eerst, op de telefoon die er nog wel was, hadden opgezocht hoe gevaarlijk de Maas kon zijn… Als, als, als.
Maar dat deden ze niet. En daar kunnen we verbaasd over zijn, ontsteld zelfs, we kunnen zeggen: zoiets zou mij niet overkomen, maar onze telefoons zijn de afgelopen decennia aan onze handen vergroeid, aan onze ogen geplakt, aan onze hoofden vastgelijmd. Ieder mens met een smartphone kent de eigen schrikreactie als je denkt dat je je telefoon in het restaurant hebt laten liggen.
Ik moest denken aan een vriendin die op een festival haar telefoon in een smerige Dixie had laten vallen en – yes, zonder nadenken – met haar handen in het gat graaide om hem er weer uit te halen. Onder het bericht over de drenkelingen schreef iemand treffend: 'Dit verdrietige voorval laat vooral zien hoe verziekt onze relatie met onze telefoon is.'
Lichaam gevonden
In de Maas bij Grubbenvorst is vijf dagen na het voorval een stoffelijk overschot in het water gevonden. De politie doet onderzoek naar de doodsoorzaak en de identiteit, maar het doet het ergste vermoeden.
Het deed me denken aan een moeder wier zoon al jaren was vermist. Ze vertelde in een interview hoe haar hoop van 'werd hij maar gevonden' langzaam verschoof naar 'werd zijn lichaam maar gevonden', en hoe belangrijk duidelijkheid voor een achterblijver is. "Als mijn kind dood is, wil ik dat weten, zodat ik om hem kan gaan rouwen."