Zondaginterview

Sidneys zoontje (3) overleefde een hartafwijking, zijn vader stierf eraan: 'De cirkel is doorbroken'

Door Lisanne van Sadelhoff··Aangepast:
© Niels BroekemaSidneys zoontje (3) overleefde een hartafwijking, zijn vader stierf eraan: 'De cirkel is doorbroken'
RTL

Van het ene op het andere moment bleek de baby van Sidney Vollmer toch niet zo gezond, maar zelfs doodziek. Zijn zoontje overleefde ternauwernood zijn aangeboren hartafwijking. Ook Sidneys vader had een afwijking aan zijn hart, maar hij overleefde die niet. "Hij had statistisch gezien dit jaar pas dood moeten gaan, niet 18 jaar geleden. Hij had zijn kleinzoon nog moeten leren kennen."

Sidney Vollmer (41) zit vandaag, nu, hier, in Utrecht op een werkplek voor zzp'ers. Hij geeft nu dit interview, heeft straks nog een afspraak met een klant, rijdt naar huis. Zijn zoontje van 3 is vanochtend, samen met zijn vrouw en zus, de deur uit gegaan. Cézanne heet het jochie, Sidney noemt hem Cé, en Cé zit nu – als Sidney zijn zoon een béétje kent – vrolijk te kletsen met zijn crèchegenootjes, of met zijn juf. 

"De normaalheid van dit alles…", zegt Sidney. "Is dus niet normaal."

Oog. Naald. Sidney en zijn gezin kropen er doorheen, in 2021. Cézanne was een ogenschijnlijk gezonde baby, hij trok hoogstens een beetje met zijn middenrif – maar 'geen zorgen', zei de huisarts. 'Geen zorgen', zei ook de arts in het ziekenhuis. En toch, het zat Sidney en zijn vriendin niet lekker. Ze hielden vol. Tot de huisarts bij een nieuw bezoek zei: 'ga nog een keer naar het ziekenhuis en ga pas weg als de hoofdarts jullie zoon heeft gezien'.

"Ineens beseften we: hij heeft iets heel ernstigs, en we hebben er als ouders geen controle meer over."© Niels Broekema
"Ineens beseften we: hij heeft iets heel ernstigs, en we hebben er als ouders geen controle meer over."

"Ik zat laatst nog met vrienden te eten, één van hen is chirurg, en ik zei: 'Ja, Cézanne had gewoon heel veel geluk met die arts. En die vriend zei: 'Nee, Sidney, Cézanne had geluk met ouders die zich niet lieten wegsturen. Anders was je kind nu dood geweest. Of ernstig gehandicapt'."

De ernstige diagnose

Cézanne bleek TAPVC te hebben: een ernstige aangeboren hartafwijking. Daardoor stroomde het zuurstofrijke bloed naar de verkeerde kant van het hart, mengde met zuurstofarm bloed waardoor zijn hele lichaam te weinig zuurstof kreeg. 

"Tot die diagnose had ik bij gezondheidskwesties altijd het idee: niks aan de hand. En dit ging spelen ook: hij moest 'even' naar het ziekenhuis, 'even daarnaartoe voor een controle', 'nog eventjes bloedprikken'. Niks groots, dus wij dachten: het zal wel met een sisser aflopen. Zelfs nog 's nachts tijdens het onderzoek."

"Ik bedoel: hoe vaak gaan dingen wel niet gewoon goed? Het hele leven bestaat uit dingen die net goed gaan, zonder dat we het door hebben. Hoe vaak stap je net op tijd de auto uit voordat je op de weg tegen iemand aan had kunnen botsen? Hoe vaak loop je wel niet van de trap, glijd je uit, pak je de leuning vast, terwijl je ook lelijk had kunnen vallen en je nek had kunnen breken?"

Sidneys zoontje Cé in een ambulance. © Eigen foto
Sidneys zoontje Cé in een ambulance.

Die illusie van onaantastbaarheid – in één klap weg. Cézanne moest een levensreddende, risicovolle openhartoperatie ondergaan. "Dan besef je wel: hij heeft iets heel ernstigs, en wij hebben er als ouders geen controle meer over. Het is afwachten hoeveel pech er gaat komen, en hoeveel pech er bij je vandaan blijft."

Nu, achteraf, beseft Sidney dat dat ook is waar het leven uit bestaat. "Het is niet altijd geluk of pech: het is ook soms gewoon niet-pech, dat is iets anders dan geluk."

Een laatste kus?

De pech, in dit geval: de diagnose. Het geluk, het 'grote, grote geluk': dat de operatie, na vijf dagen onzekerheid, slaagde. Cézanne was vijf maanden oud, werd naar de operatiekamer gereden, zijn moeder mocht mee (één iemand, was er gezegd). Hij omschrijft het nu als een grimmig moment, een laatste kus – of niet de laatste kus, of gaan er nog duizenden in goede gezondheid komen: veel plezier op school, fijne dag, geniet van het kinderfeestje.

"Ik weet nog dat ik om me heen keek, en dacht: dus zo ziet de wereld er nog uit terwijl ik nog een zoon heb."

"In die dagen voor zo'n operatie probeer je het je kind zo aangenaam mogelijk te maken. Mijn vriendin deed dat voornamelijk, want ik was thuis voor onze oudste dochter, die konden we niet de hele tijd meenemen. Ik nam mijn ukelele mee, speelde liedjes voor hem. Tonight you belong to me. Een lief klein oud slaapliedje."

You're a part of my heart
And tonight you belong to me

Way down by the stream
How sweet it will seem
Once more just to dream
In the moonlight

My honey, I know (I know)
With the dawn that you will be gone
But tonight you belong to me

Eenentwintig slangetjes

Zijn kind ging de deuren door naar de operatiekamer. Sidney bleef achter in de ziekenhuisgang, ging zitten op een muurtje, en barstte in huilen uit. "Ik weet nog dat ik om me heen keek, en ik zag de ziekenhuisgangen, de klapdeuren waarachter mijn zoon verdween, de linoleumvloer onder mijn voeten, het muurtje waarop ik zat, en ik dacht: dus zo ziet de wereld er nog uit terwijl ik nog een zoon heb."

De operatie slaagde. De dagen daarna waren nog spannend. "Hij staarde, maar zag je niet. Eenentwintig slangetjes in zijn lijf, wondvocht, medicatie. Droge lippen, daar kan ik mee helpen, dus ik maar weer met natte doekjes deppen." Cézanne herstelde. 

Of hij er iets van heeft meegekregen, weet Sidney niet. "Wel wilde hij een half jaar na de operatie ineens weinig van zijn moeder weten. Ze mocht hem nauwelijks vasthouden, spelen moest ik altijd met hem doen. Ik heb me weleens afgevraagd: associeerde hij haar met de pijn in het ziekenhuis omdat zij continu bij hem was?"

"Ik weet niet of Cé zich nog iets kan herinneren."© Eigen foto
"Ik weet niet of Cé zich nog iets kan herinneren."

"Als je kan schrijven, schrijf hier dan een boek over", zei de kindercardioloog bij een controle. "Er zijn weinig boeken over dit thema, en ouders met een kind met een hartafwijking, snakken ernaar."

Sidney wist: ik kan schrijven. Dus hij wist ook, ergens: dat boek gaat er komen, voor al die ouders die ook door deze hel moeten. Dat boek is er nu, C is een cirkel; een deel van de opbrengst gaat naar Stichting Hartekind. "We gingen in rap tempo van een gezond kind naar een doodziek kind, naar de angst dat kind te verliezen, en daarna weer naar een gezond kind. Het allemaal opschrijven deed de tijd stilstaan, vertragen, ik had dat nodig om te beseffen: wat is er allemaal gebéúrd?"

Groot gemis

Tijdens het schrijven van het boek kon het niet anders dan dat zijn vader door zijn hoofd (en hart) schoot. Wel meerdere malen per dag. Zijn vader overleed op zijn 53ste aan een hartaanval. "Niet precies hetzelfde als Cézanne, maar het is een heel vervreemdend idee dat de generatie boven mij en de generatie onder mij, beiden het hart als zwakke plek hebben. Ik heb het zelf niet. Ergens is mijn zoon mijn vader voorbij gegaan. Hij heeft zijn hartkwetsuur immers overleefd."

"Daar in de ziekenhuiskamer van Cé miste ik mijn vader heel erg. Als vader hoor je van alles te weten, maar ik was totaal ontredderd en eenzaam. Het gemis van mijn eigen vader werd daardoor groter, zo van: wás híj er maar even."

Cézanne en zijn moeder op de ic.
Cézanne en zijn moeder op de ic.

Sidney was op vakantie, hij was net klaar met zijn studie filmwetenschappen en filosofie, en werd ’s nachts door zijn moeder gebeld, 'je vader is overleden', en zijn antwoord, 'heel cliché', luidde: 'Je maakt een grapje'. 'Nee, Sid. Ik maak toch geen grapje over zoiets.'

"Ik weet nog hoe ik voor het eerst thuiskwam, op zijn kantoor, en zijn spullen zag liggen. Ik vond het onwerkelijk om zijn trui op te pakken. Die heeft hij daar neergelegd, en als ik hem eenmaal heb opgetild, ligt die trui daar nooit meer zoals hij die heeft achtergelaten." 

"Ergens anders in mijn boek stel ik me voor hoe oud hij eigenlijk had moeten zijn. Hij had statistisch gezien dit jaar pas dood moeten gaan, niet 18 jaar geleden." (De gemiddelde levensverwachting voor mannen in Nederland in de periode 2019-2022 is 79,9 jaar, red.) "Hij had zijn kleinzoon nog moeten leren kennen."

"Het voelt soms behoorlijk wrang. Er zijn ook ouders die hun kind wel zo zijn verloren. Zíj zijn wel hun kind kwijt. Wij niet."

Hij schreef, met zijn boek, over een soort ravijn. Of een afstand die hij moest zien te overbruggen tussen twee generaties. "Aan het ene uiteinde mijn vader, en aan het andere uiteinde mijn zoon. Het voelt alsof de cirkel is doorbroken: mijn vader overleed, maar mijn zoon overleefde." Daarom staat er ook een C op de voorkant van zijn boek. Niet alleen de voorletter van zijn zoon, maar ook: een doorbroken cirkel, twee uiteindes, een leemte. En de streep van het litteken, natuurlijk, als onderbreking."

Troostend

Er zit overigens niet alleen maar verdriet in de ziekenhuisperiode, benadrukt Sidney. "Het is ook niet-erg. het is ook niet-verdrietig. Het is ook bijzonder, en troostend, zo’n periode. Dat er allemaal buren zijn die bakjes eten voor je deur zetten, en mensen die je ontmoet die je normaal nooit zou tegenkomen. Bij wiens werk in het ziekenhuis je nog nooit stilstond." 

"Misschien is de vrouw die jou in de supermarkt vraagt of ze je bonuskaart mag lenen, wel de ic-verpleegkundige die ooit jouw leven, of dat van een van je geliefden, gaat redden. Dat idee, dat er allemaal mensen aan Cés bed waren die álles deden om hem te redden, ondanks dat ze hem niet kenden: dat was zo ontroerend. Ook dat wilde ik in woorden vatten."

"We slingerden van hoop naar vrees en weer terug."© Eigen foto
"We slingerden van hoop naar vrees en weer terug."

Maar het is een vergissing te denken dat Sidney het boek voor zichzelf schreef. Sterker: hij wil andere ouders herkenning bieden. En erkenning. "Dat voelt soms behoorlijk wrang", bekent hij, "want er zijn ook ouders die hun kind zijn verloren aan een hartafwijking. Het is immers de meest voorkomende doodsoorzaak onder kinderen. Zíj zijn wel hun kind kwijt. Wij niet. En dat andere mensen dat meemaken, dat kan me diep raken. Ik sprak een moeder wier hartekind was overleden. Ik vroeg haar, hoe doe je het, doorgaan? Ze zei: je doet maar wat. Op mijn boeklancering waren deze ouders er ook. En ook zij zeiden dat ze zo blij waren met dit boek."

Onbevangenheid is weg

Bovendien is rouw er niet alleen als de dood er is. Zo schreef Sidney, in het begin van zijn boek: 

Voordat dit gebeurde, heb ik me vaak afgevraagd hoe je als ouders de draad weer oppakt nadat je kind is gestorven. Inmiddels denk ik te begrijpen dat de vraag verkeerd is, ook al heeft mijn zoon zijn afwijking overleefd. Het is niet de vraag hoe je de draad weer oppakt. De vraag is elementairder. Welke draad pak je weer op? Waaraan weef je verder? Wat trilt er los en kun je niet meer vastpakken.

"Wij mochten door. Maar mijn onbevangenheid: die is weg. We gaan als gezin nooit meer hetzelfde zijn."

"Weer een scan, weer een onderzoek."
"Weer een scan, weer een onderzoek."

Cé is nu een vrolijke stuiterbal, een heel pienter kind, met een extreem goed geheugen: hij kan dingen van máánden geleden ineens terughalen. "En hij is een dondersteen, heel bijdehand, echt een fantastisch klein mensje, en we zijn ongelooflijk blij dat hij en zijn zus er zijn."

Extreem dankbaar

En dankbaar. Extreem dankbaar. Zo dankbaar, dat Sidney en zijn vriendin lange tijd het gevoel hebben gehad dat ze iets terug moesten doen voor het leven. "We hebben na de operatie vluchtelingen uit Oekraïne opgevangen. Omdat we dat graag wilden. Maar ik denk dat ook meespeelt dat we bang waren dat we ons karma zouden verspelen. Er is ons iets goeds overkomen – ons kind heeft het overleefd – en nu moeten we het goede in het universum een beetje verder helpen."

Vraag Sidney hoe het destijds voelde, die koorddans, tussen hoop en vrees: en hij weet het niet meer zo goed. "Dat is wat de tijd doet. En wat het schrijven heeft gedaan. Ik heb iets aangedurfd wat ik als schrijver de afgelopen twintig jaar niet durfde: diep persoonlijk en goudeerlijk zijn in een boek."

"Ik ben, door te schrijven over mijn overleden vader, en mijn bijna-gestorven zoon, tot het gáátje gegaan."© Niels Broekema
"Ik ben, door te schrijven over mijn overleden vader, en mijn bijna-gestorven zoon, tot het gáátje gegaan."

In zijn studententijd was geen plek voor rouw. "Ik heb me heel erg verloren gevoeld toen mijn vader stierf. Ik weet nog dat ik woorden kreeg met een studiegenoot omdat hij het raar vond dat ik na een jaar nog worstelde met zijn dood. Voor rouw is weinig plek in het leven."

De gifbeker is leeg

Tot hij ging schrijven. "Ik ben, door te schrijven over mijn overleden vader, en mijn bijna-gestorven zoon, diep gegaan. Het boek is zo eerlijk en zo naakt als het maar kon. Dat heb ik niet eerder gekund. De gifbeker is leeg, nu. En het mooie is dat ik voor mijn gevoel, door alles eruit te schrijven, minder spanning in mijn lijf voel over die illusie van onaantastbaarheid, over ieder wissewasje waar je je als ouder bezorgd over kunt maken bij je kinderen. In die zin hebben de hartafwijking van mijn zoon en de hartaanval van mijn vader, me helpen groeien."

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Lees meer over
ZondaginterviewLink in bioHart- en vaatziektenHartinfarctHartKindGezinGezondheid