Meer basisschoolleerlingen krijgen hoger advies door nieuwe toets, maar onrust scholen blijft

Na de invoering van de nieuwe doorstroomtoets op de basisschool hebben meer leerlingen een hoger schooladvies gekregen. Dat is de conclusie van het kabinet over deze nieuwe toets die dit schooljaar veel stof deed opwaaien. Deze manier van toetsen vergroot de kansengelijkheid, stelt de staatssecretaris van Onderwijs. Maar leraren en de PO-raad zien dat anders en zien nog altijd onverklaarbare verschillen. "Dat is onacceptabel."
Afgelopen schooljaar werd de doorstroomtoets voor de eerste keer door alle leerlingen uit groep 8 gemaakt. De toets vervangt de traditionele Cito-eindtoets. Opvallend: er zijn zes verschillende toetsen waar basisscholen uit kunnen kiezen bij deze nieuwe manier van toetsen.
Naast de bekende toets ontwikkeld door CITO, zijn er nog vijf toetsen van andere aanbieders.
Advies van toets overnemen
Daarnaast is er nog iets veranderd: scoort een leerling hoger dan het schooladvies, dan moet de school verplicht het toetsadvies overnemen. Dus scoort de leerling vwo-niveau met de toets, maar kreeg die eerder havo-niveau als schooladvies, dan wordt het nieuwe advies dus vwo.
Het idee hierachter is dat leerlingen van verschillende achtergronden hetzelfde worden behandeld.
De nieuwste cijfers laten volgens staatssecretaris Mariëlle Paul (Onderwijs) zien dat dat inderdaad is gelukt. Dat schrijft ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Driekwart van de basisschoolleerlingen die volgens de toetsresultaten meer aankunnen, heeft daadwerkelijk een hoger schooladvies gekregen.
In voorgaande jaren gebeurde dat bij minder dan een derde van de basisscholieren, schrijft Paul. Ze is dus tevreden.
Minder vmbo-adviezen
Verder blijkt uit de cijfers dat er minder vmbo-adviezen zijn gegeven. Dit schooljaar kreeg 35 procent een vmbo-advies, vorig schooljaar was dat nog 39,6 procent. Het aantal vwo-adviezen is min of meer gelijk gebleven.
Scholen en de PO-raad (de sectororganisatie van het basisonderwijs) meldden eerder dit jaar hun zorgen over de doorstroomtoets. En die zorgen zijn niet verdwenen, blijkt uit een rondgang van RTL Nieuws. Zo constateerde de Alan Turingschool in Amsterdam dat eenderde van de leerlingen bij de toets lager scoorde dan het schooladvies. Bijvoorbeeld havo in plaats van vwo.
Grote verschillen tussen toetsen
En ook zagen leraren grote verschillen tussen de zes soorten toetsen. Zo leek de ene toets veel beter te worden gemaakt dan een concurrerende toets.

De PO-raad zegt in een reactie 'met verbazing kennis genomen te hebben' van de brief. Voorzitter Freddy Weima: "Het maakt voor de kansen in het voortgezet onderwijs van een leerling uit welke van de zes toetsaanbieders je schoolbestuur heeft gekozen. Dat is onacceptabel."
'Gaat om toekomst van onze 11- en 12-jarigen'
Weima: "Zo is er een verschil van 13,4 procentpunt bij de behaalde niveaus tussen twee toetsen. Dit zou aanleiding moeten zijn nog eens na te denken over een Kamerbrief met zo'n optimistische boodschap. Ook is bij vijf van de zes toetsen het aandeel vwo-toetsadviezen met een kwart gedaald ten opzichte van vorig jaar. Dit zijn grote verschillen. Het gaat om de toekomst van onze elf- en twaalfjarigen."
Ook Martin Ooijevaar, directeur Onderwijs van SKOWF, een schoolbestuur met 22 scholen in West-Friesland, is niet gerustgesteld: "Ik verbaas me over de brief en vind de verklaringen niet overtuigend", zegt hij in een reactie. Ook ziet hij grote verschillen tussen de toetsen op de scholen in zijn regio, maar ook landelijk. "Met name het grote verschil tussen de zogenoemde LiB-toets en de andere toetsen is opvallend."
Het ministerie stelt dat de toetsen wél goed vergelijkbaar zijn en dat ze recht doen aan de prestaties. Later dit jaar komt ze met een nieuwe evaluatie. De VVD is blij met de resultaten. "Vooral omdat het dus lukt om kansengelijkheid voor kinderen te vergroten", zegt Kamerlid Arend Kisteman.