Alcohol bepaalde Jolandes leven: 'Drink al 20 jaar niet meer, nu wordt het toch mijn dood'

Jolande Bastiaans (62) is moeder, oma en heeft een leuke baan. Maar Jolande heeft nu ongeneeslijke keelkanker, veroorzaakt door haar alcoholverslaving en de peuk die ze bij haar glas rode port opstak. Na een afkickproces drinkt ze al twintig jaar geen druppel meer. Ze merkt dat anderen heel verschillend reageren op beide ernstige ziektes. "Nu krijg ik kaartjes en bloemen. Als je verslaafd bent, krijg je die niet."
In een buitenwijk van Den Bosch woont Jolande in een gesplitste woning, haar dochter Lot woont naast haar. In de heg in de tuin zit een gat, zodat haar kleinkinderen elk moment naar oma kunnen. Haar zoon Jasper woont met zijn zoontje een paar straten verderop, en ook haar zus is in de buurt. Jolande zit in haar serre, tussen de boeken, bloemen en planten. "Hoe wilder de kleuren, hoe beter", zegt Jolande over al het groen. "Zonder bloemen ben ik niet gelukkig."
Alles wijst erop dat Jolande het prima voor elkaar heeft. Ze heeft een liefhebbend gezin, een fijne woning, fantastisch werk. Maar haar leven kent ook littekens, pijn en verdriet. In haar slechtste jaren werd ze onvoorspelbaar en intens verdrietig na de port die ze dronk. Ze verwaarloosde zichzelf en kon er niet zijn voor haar kinderen. Haar dochter en zoon hebben haar meerdere malen laveloos van de grond getild en in bed gelegd zodat hun moeder haar roes kon uitslapen.
Laatste jaar
Het is inmiddels twintig jaar geleden dat ze haar laatste slok alcohol dronk, een restje oude wijn na een kerstdiner. Twintig jaar, waarin ze zichzelf ontplooide als de hardwerkende, energieke vrouw die ze was voor haar ziekte. Dat maakt het des te zuurder dat ze nu de rekening krijgt van die jaren dat het helemaal mis was.

Het gaat goed met Jolande, maar toch ook niet. Ze tikt op haar wangen: prednisonwangen, zegt ze. Opgezet, bol. Haar rode wollen trui verbloemt haar dunne armen die hun spierkracht zijn verloren, op haar huid blauwe plekken en wondjes van de medicijnen. Door haar haarband met tijgerprint zie je de kale plekken op haar hoofd minder goed.
"Ik geniet van het leven", zegt ze. "Van mijn vier kleinkinderen, mijn kinderen, van zelf boodschappen doen, lunchen met vriendinnen. Van kletsen, van niks doen, stil zitten, een goede film en van mijn werk. Eigenlijk alles waar ik voorheen ook plezier in had."
Liefdevol Brabants gezin
Jolande groeide op in een modern, liefdevol Brabants gezin. Het was een stabiele omgeving en gezellig thuis. Op zo'n doorsnee gezellige zondag kwamen ooms, tantes, neefjes en nichtjes na de kerk – het gezin van Jolande was niet gelovig - bij hen voor koffie en een borreltje. "Bij ons thuis was het altijd de zoete inval, koffie, wat lekkers, kletsen en spelen."
Negen was ze toen ze voor het eerst alcohol dronk. Ze speelde met Barbies, kreeg ranja van haar moeder. Echt zo'n meisje-meisje, zegt ze. Maar wel een nieuwsgierig meisje dat zich afvroeg hoe die fles die op zondagmiddag na de kerk uit de servieskast kwam, zou smaken.
"Mijn nichtje en ik besloten te proeven. We pakten allebei een kommetje, schonken het vol en dronken het op. Het was iets van bessenjenever, of citroenjenever. Zij vond het verschrikkelijk smerig, bij mij steeg meteen een fijn, bijna euforisch gevoel naar mijn hoofd. Ik dacht: wauw, dít is lekker. En ik nam meer en meer."
"Mijn kinderen kwamen bijna niet meer thuis, er was ook niets om voor thuis te komen."
's Middags in de speeltuin kotste ze alle speeltoestellen onder. Ze zwalkte, had hoofdpijn en de lol was er vrij snel vanaf. Haar tienerjaren waren zorgeloos en zonder problemen. Als twintiger kreeg ze steeds vaker opmerkingen als 'wat drink je veel'. Maar ja, iederéén dronk. In haar studententijd net zo.
"Op feestjes was er wel een verschil. Vrienden dronken een biertje en gingen 's nachts naar huis. Terwijl ik nog met een paar glazen whisky aan de bar stond, die móesten op. Na een avond stappen waren vriendinnen blij als ze in hun bed lagen, zeiden ze. Voor mij begon het dan pas. Thuis dronk ik in m'n eentje verder totdat ik ladderzat in mijn bed viel."
Liever drank dan George Clooney
Jolande kon flink drinken, maar functioneerde wel gewoon, zegt ze. Ze deed een studie tot ic-verpleegkundige en werkte jarenlang in het ziekenhuis. Tijdens haar werk dronk ze niet, in de weekenden en op feestjes wel. Vriendjes, vriendinnen, ouders op verjaardagen, steeds vaker maakten ze een opmerking over haar alcoholgebruik.
"Op een bepaald moment had ik zelf ook in de gaten dat ik echt anders dronk. Dan bedoel ik niet de hoeveelheid, maar het gulzige, de totale focus op alcohol. Ik zei weleens grappend: als je me in een kroeg zet met George Clooney in zijn jongere jaren, dan heb ik liever een paar glazen drank, dan aandacht van Clooney."

Haar alcoholgebruik was geen uitweg om haar problemen te vergeten, die had ze namelijk niet, vindt ze zelf. Ze trouwde, kreeg een dochter en een zoon, had een baan die ze ontzettend leuk vond met fijne collega's. Ook haar scheiding, een paar jaar later, was geen aanleiding tot meer drinken.
"Als je mijn kinderen vraagt naar hun vroege jeugd, hebben ze denk ik een hoop leuke herinneringen: met een oude auto en een Kip-caravan naar Oostenrijk, zwemmen in zee, naar het theater. Later hebben we reizen gemaakt naar Brazilië en Mexico."
Pitbull Jolan
Jolande had altijd energie over en wilde veel uit het leven halen. Ze ging mee op schoolkamp, hielp bij knutselmiddagen en werkte in wisseldiensten. Haar moeder noemde haar een pitbull, want Jolan regelde het wel. Maar die pitbull was wel een alleenstaande moeder met een drukke baan. Daar kwam bij dat ze door heupklachten en een nekhernia haar werk op de intensive care niet meer kon doen. Ze ging journalistiek studeren.
In de avonden nam ze een glaasje en een sigaret, dat glaasje werd een fles. Haar vaste baan zegde ze op, ze werd freelancer. "Dat is niet zo slim als je een alcoholprobleem hebt, want nu kon ik 's ochtends uitslapen en overdag drinken."
"Mijn vader bracht iedere dag een pannetje eten, dat ik vervolgens in de kliko donderde zodra hij weg was."
Ze praat niet graag over deze periode, want steeds vaker kwam ze dronken op afspraken of helemaal niet opdagen. Daar schaamt ze zich voor. "Als je mijn kinderen vraagt naar hun puberteit, krijg je de alcoholverhalen." Een dronken moeder die laveloos op de grond lag, die onverzorgd naar de slijter ging, die van de trap viel. "Ik deed alles wat je kunt voorstellen van een dronken vrouw. Mijn kinderen kregen verkering, die kwamen bijna niet meer thuis. Gelijk hadden ze, er was niets om voor thuis te komen."
'Mama, drink toch niet meer'
De huisarts stond een paar keer voor de deur, vriendinnen belden aan. "Ik liet niemand binnen. Alleen mijn vader had een sleutel van mijn huis. Die bracht iedere dag een pannetje eten, dat ik vervolgens in de kliko donderde zodra hij weg was." Haar zoon smeekte: 'Mama, drink toch niet meer.' Maar het lukte niet.

Van dat laatste half jaar herinnert ze zich weinig. Of ze nog een wasmachine aanzette? Geen idee. Het is nog steeds allemaal één grote mist. "Ik sloot me op, nam de telefoon niet meer op." Tot op een vrijdagochtend haar zus binnenkwam en zei: 'Ik heb vanmiddag om 14.00 uur een afspraak gemaakt bij een kliniek. Ga je mee?' "Ik was nog dronken en wist het verschil tussen dag en nacht niet, dus ging braaf met haar mee."
Van de verslavingskliniek naar de slijter
Dertig jaar had ze gedronken, in de kliniek dronk ze een maand lang niet. Haar zus had in de tussentijd haar huis opgeruimd en zelfs gewit. Een frisse start, maar Jolande reed na die maand in de kliniek niet meteen naar huis, ze stopte nog even bij de slijter. "Het lukte me heel goed om niet te drinken in een omgeving waar geen alcohol was, maar ik verviel thuis al snel in oude patronen."
Gelijk ging het weer bergafwaarts. Maar dit keer reageerde haar lichaam slecht op de alcohol en kreeg ze epileptische aanvallen. "Iedereen dacht dat ik doodging en heel eerlijk: dat dacht ik zelf ook. Eén moment in het ziekenhuis zei mijn dochter: ga maar mam, dit komt nooit meer goed. Ik had een epileptische aanval gehad en mezelf met een schaar in mijn hoofd gestoken. In het ziekenhuis kreeg ik weer een insult."
"Dat ook mijn dochter worstelde met een alcoholverslaving vond ik vreselijk. Ik dacht: nou, dat heb ik dus doorgegeven."
Maar wonder boven wonder ging het hierna wél goed, want diezelfde zomer vertrok Jolande naar Zuid-Afrika en volgde ze een maandenlang traject bij een verslavingskliniek. Na een terugval, keerde ze nog eens terug. "De zorg was anders, beter. Ik kreeg eerst de godganse dag cognitieve gedragstherapie, daarna stonden mijn dagen vooral in het teken van re-integreren. De kinderen werden betrokken bij het proces en begrepen beter wat een verslaving inhield. Ik had open, eerlijke gesprekken met hen."
Leren leven zonder alcohol
Het waren ook confronterende en pijnlijke gesprekken. Vooral met haar dochter, die zelf ook op negenjarige leeftijd een mok port leegdronk en jaren later worstelde met een alcoholverslaving. "Dat vond ik echt verschrikkelijk. Ik dacht: nou, dat heb ik dus doorgegeven. Totdat iemand tegen mij zei: 'Maar jij bent nu toch heel gelukkig? Zij kan ook gelukkig zijn met een verslaving.' We leerden allebei het gewone leven leven, maar dan zonder alcohol."

Dat leven zonder alcohol was eigenlijk veel leuker, makkelijker, rijker, ontdekte ze. "Je wordt gewoon geen leuker mens van alcohol. Je humor is niet scherper, je wordt niet gezelliger of creatiever." Het enige dat tegenviel na haar terugkomst was het vinden van gelijkgestemden.
"Ik zag ze niet, ik hoorde ze niet. Dus ging ik zelf maar op zoek naar mensen die ook in herstel waren en soms worstelden met het leven. Daarom richtte ik het tijdschrift LEF op. Ik wil noodlijdende verslaafden in herstel laten zien dat ze niet alleen zijn. Dat ze zich niet hoeven schamen, dat ze trots mogen zijn op wat ze elke dag bereiken. Een leven in herstel is heel fijn."
Ongeneeslijk ziek
Jolande stond vol in het leven toen ze vijf jaar geleden de diagnose keelkanker kreeg. "Ik voelde allerlei bultjes in mijn nek, de oorzaak was vrij snel duidelijk." Twee jaar geleden hoorde ze dat ze ongeneeslijk ziek is.
"Het is niet dat ik denk: ik ga toch dood, ik kan nu alles loslaten en als een dronken tor op mijn sterfbed liggen."
Liever leeft ze nog twintig jaar om haar werk af te maken, het is nog lang niet 'af', zegt ze. "Er zit nog te veel stigma op een verslaving. Een verslaving is net als kanker een ernstige ziekte", benadrukt Jolande. "Maar er is een groot verschil in hoe anderen je benaderen. Na mijn kankerdiagnose kreeg ik kaartjes, bloemen, 'wat ben je sterk' zeiden mensen."
"Dit kreeg ik allemaal niet toen ik herstelde van mijn verslaving. Terwijl de ergste dag van mijn chemo - ik was dood- en doodziek - nog niks was vergeleken met een dag in actieve verslaving. Bij kanker heb je nog controle over je brein, bij een verslaving niet. Als het je dan toch lukt de ziekte de baas te blijven, is dat iets heel krachtigs. Ik zeg ook: ik heb alcoholisme, ik heb kanker. Niet: ik ben alcoholist, ik ben een kankeraar."
Nog even genieten
Aan alles voelt ze dat het haar laatste jaar is. De rouwkaart is gemaakt, de begrafenis geregeld. Ze wil waardig sterven. "Het is niet dat ik denk: ik ga toch dood, ik kan nu alles loslaten en als een dronken tor op mijn sterfbed liggen. Dat is al lang niet meer de persoon die ik ben. Ik wil nog even genieten van het leven, van mijn kinderen en kleinkinderen, vriendinnen én mijn werk en uiteindelijk in liefde loslaten."
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.