Nieuwe cijfers laten zien dat overlevingskans kinderkanker hoger wordt

De overlevingskans van kinderen met kanker is in de afgelopen decennia steeds iets verder gestegen. Van de kinderen en jongeren die tussen 2010 en 2018 kanker kregen, was 84 procent vijf jaar later nog in leven.
Dat percentage lag twintig jaar geleden flink lager: van de kinderen en jongeren die tussen 1990 en 1999 kanker kregen, leefde 74 procent vijf jaar later nog. Dat meldt het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), dat vandaag de cijfers over 2023 presenteert.
Jaarlijks wordt bij zo'n 600 kinderen en jongeren tot 18 jaar oud kanker geconstateerd. De meest voorkomende vormen waren de afgelopen vijf jaar acute lymfatische leukemie, laaggradig glioom (tumor in de hersenen of het ruggenmerg) en Hodgkin-lymfoom (lymfeklierkanker).
In 2023 overleden 83 kinderen en tieners aan kanker. Van alle ziektes die kinderen en jongeren kunnen krijgen is kanker nog altijd de dodelijkste.
Betere diagnostiek en behandeling
Het kankercentrum zegt dat de overlevingskansen gestegen zijn door betere diagnostiek en behandeling. Vooral bij leukemie is de overlevingskans flink gegroeid: vijf jaar na de diagnose is 88 procent nog in leven, in de jaren negentig was dat 74 procent.
De hoogste overlevingskansen hebben patiënten bij Hodgkinlymfoom (98 procent), retinoblastoom (kanker in het netvlies, 96 procent) en laaggradige glioom (een langzaam groeiende hersentumor, 96 procent).
De vorm met de slechtste prognose is hooggradige glioom (soort hersenkanker, 7 procent).
Een kanttekening bij het onderzoek is dat kinderen en tieners die overleden zijn aan hun ziekte na hun 20ste verjaardag niet zijn meegeteld.