Utrechtse serieverkrachter kan voorlopig nog niet vrijkomen, vindt OM

Serieverkrachter Gerard T. mag niet na het uitzitten van twee derde van zijn celstraf vrijkomen, vindt het Openbaar Ministerie. T., veroordeeld voor vier gewelddadige verkrachtingen, komt in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling, maar het OM vindt dat T. eerst nog opgenomen moet worden in een kliniek.
Dat bleek vanochtend tijdens een zitting over de vraag of T. eerder vrijkomt. Volgens de officier van justitie moet voor hem een plek vrijkomen in een forensisch-psychiatrische kliniek (FPK) waar veel beveiliging is. Op dit moment is daar nog geen plek, dus zou T. minimaal 180 dagen langer vast moeten blijven zitten.
Dit jaar vrij
T., die inmiddels 61 jaar oud is, werd schuldig bevonden aan drie verkrachtingen in 1995 en één in 2001. Hij werd in 2017 veroordeeld tot zestien jaar celstraf, maar zit al sinds 2014 vast.
Omdat hij vóór 2021 is veroordeeld, komt hij in aanmerking voor de inmiddels verouderde 'voorwaardelijke invrijheidstelling' (v.i.). Dat houdt in dat hij na het uitzitten van twee derde van zijn celstraf kan vrijkomen. Dit jaar zit hij ruim 1tien jaar in de cel. Hij kan 14 maart vervroegd vrijkomen. Het OM pleit ervoor dit minimaal een halfjaar uit te stellen. Een rechter gaat zich hierover uitspreken.
Kliniek
Dat T. eerst in een FPK moet wonen, verraste hem en zijn advocaat Leon Klewer: eerder werd hij aangenomen voor begeleid wonen. Inmiddels denkt het OM dat deze woonvorm te snel komt en dat hij dus eerst moet worden opgenomen in een kliniek.
Volgens het OM kleven er te veel risico's aan eerder vrijkomen. Dat komt doordat hij volgens onderzoek kampt met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en in zijn eentje onvoldoende kan omgaan met spanning. T. was verslaafd aan cocaïne en gaat naar eigen zeggen al zeven à acht jaar naar de AA (Anonieme Alcoholisten).
Het risico bestaat dat hij een terugval krijgt als hij vrijkomt. T. denkt zelf hij, als hij hulp blijft krijgen, nee kan blijven zeggen tegen de middelen.
Wat deed T.?
T. werd veroordeeld tot zestien jaar cel voor vier gewelddadige verkrachtingen in 1995 en in 2001. Die hadden telkens plaats in een gebied aan de oostkant van Utrecht. Zijn slachtoffers waren deels heel jonge vrouwen.
De politie maakte in Utrecht jarenlang vergeefs jacht op een verkrachter in de regio. Niet alle verkrachtingen die daar destijds plaatsvonden, konden aan hem worden gelinkt. De zaak kwam uiteindelijk aan het rollen toen bij de man DNA werd afgenomen na zijn veroordeling voor diefstal van een fiets. In 2014 werd hij opgepakt voor de verkrachtingen.
T. en zijn advocaten gingen tegen de veroordeling in beroep. Ze klaagden onder andere over het bewijs van zijn betrokkenheid bij de verkrachting in 2001. Het gerechtshof in Arnhem ging daarbij destijds uit van een DNA-spoor op de jurk van de vrouw.
Bovendien waren er overeenkomsten tussen de manieren waarop de vier verkrachtingen waren gepleegd, en gaven de vrouwen ongeveer hetzelfde signalement van de dader. Daardoor concludeerde de Hoge Raad de verkrachtingen ook bewezen en bleef T. vastzitten.
Hulp nodig
Hoewel zijn gevangenisstraf nu afloopt, erkent T. dat hij hulp nodig blijft houden en staat hij daarvoor open. Tijdens zijn detentie werkt hij en spaart hij geld. Hij wil als hij vrijkomt blijven werken, of vrijwilligerswerk doen om de staat 'iets terug te geven'.
Volgens zijn advocaat gaat hij akkoord met een locatieverbod en vindt hij het ook goed om vrij te komen met een enkelband.
Wijziging
De wet voorwaardelijke invrijheidstelling is inmiddels veranderd. Bij uitspraken op of na 1 juli 2021 kunnen gedetineerden na het uitzitten van twee derde van hun straf in aanmerking komen voor een vermindering van maximaal twee jaar.
Een vervroegde invrijheidstelling betekent niet dat de veroordeelde meteen vrij is. De maatregel is bedoeld om de gedetineerde stap voor stap weer onderdeel te laten worden van de samenleving. Het idee daarachter is dat zo de kans verkleint dat de veroordeelde weer de fout in gaat. Soms zijn bijzondere voorwaarden onderdeel van het eerder vrijkomen, zoals een contactverbod.