Meriëm kreeg vmbo-advies terwijl ze hoogbegaafd is: 'Ging aan mezelf twijfelen'

Leerlingen met een Arabische naam worden op een lager schoolniveau ingeschaald dan leeftijdsgenoten met een Europees klinkende naam die even slim zijn, blijkt uit onderzoek van SCALIQ. Meriëm Najjar (32) kan erover meepraten. Zij kreeg, geheel tegen haar verwachting in, vmbo-advies. Op haar 27e kwam ze erachter dat ze hoogbegaafd is. "Mijn eerste gedachte was: waarom is dit niet herkend op de basisschool?"
Leerlingen in Nederland krijgen niet altijd een schooladvies dat aansluit bij hun cognitieve capaciteiten, concludeert SCALIQ in het nieuwe onderzoek genaamd (On)gelijke start. Daaruit blijkt dat bijna 20 procent van de havo-leerlingen een intelligentiescore behaalt die hoger ligt dan het gemiddelde van VWO-leerlingen.
Daarnaast wordt geconcludeerd dat leerlingen met een Arabische, Afrikaanse of Spaanse naam gemiddeld op een lager schoolniveau worden ingeschaald dan Europese leerlingen met dezelfde intelligentie.
Kanttekeningen bij het onderzoek
Het onderzoek van SCALIQ laat een verband zien tussen naamcategorieën en schoolplaatsing. De oorzaken van een te lage schoolplaatsing zijn in deze studie niet onderzocht.
Mogelijk heeft het te maken met factoren als de sociaaleconomische status, migratieachtergrond en thuissituatie van leerlingen.
Anders dan Sander en Willemijn
Meriëm heeft een Marokkaanse achtergrond en groeide op 'in een christelijk dorp met veel Sanders en Willemijns in de klas'. "Ik was de enige met een hoofddoek", vertelt ze.
Toen zij vmbo-advies kreeg, was ze van slag. Ze herkende zich er niet in. "Ik dacht: dit is niet wie ik ben, ik ben slimmer dan dat." Meriëm noemt zichzelf timide. Daardoor durfde ze niet tegen het advies in te gaan.
De middelbare school waar de jonge Meriëm naartoe ging, nam een instaptoets af bij alle nieuwe leerlingen. Daaruit bleek dat ze havo aankon. Door die uitslag, stroomde ze in in de combiklas vmbo-t/havo. De eerste twee jaren op de middelbare school deed ze enorm haar best om door te stromen naar de havo. Dat lukte.
"Het schooladvies dat je krijgt, heeft heel veel invloed", zegt ze nu. "Het bepaalt de rest van je carrière. En als je te laag wordt ingeschat, kan dat twee gevolgen hebben. Of je gaat je heel erg vervelen, of je gaat je heel erg bewijzen. Ik deed dat laatste."
Identiteit
"Doordat het advies lager uitviel, ging ik enorm aan mezelf twijfelen. Ik deed er alles aan om erbij te horen en daardoor verloor ik een stukje van mijn identiteit."
Op jonge leeftijd veranderde ze haar voornaam naar Mirjam omdat ze door ervaringen van haar oudere broer door had dat het met een Arabische naam heel moeilijk is om aan een baan te komen. "Ik dacht: als ik mijn roepnaam verander, ben ik dat voor. Iedereen kende me als Mirjam. Ik hoorde erbij. Ik wilde er alles aan doen om geaccepteerd te worden." Sinds vier maanden heeft ze haar naam terugveranderd.
Hoogbegaafd
Tegenwoordig werkt Meriëm als specialist hoogbegaafdheid. Het moment ze er zelf achter kwam dat ze hoogbegaafd was, herinnert ze zich nog goed. "Dat was een verademing, maar mijn eerste gedachte was: waarom is dit niet op de basisschool herkend?" Ook dacht ze: jeetje, ik dacht dat er iets mis met me was, er zijn mij dingen niet gegund die ik wél kon."
Door haar hoogbegaafdheid wil Meriëm naar eigen zeggen bij een simpele opdracht aan het einde beginnen in plaats van in stapjes naar dat einde toewerken. "Ik stel veel vragen. En ik overanalyseer alles. Ik haalde goede cijfers, maar dat zorgde voor jaloerse blikken. Ik ging daardoor uiteindelijk soms antwoorden half invullen om maar niet te hoog te scoren. Ik wilde niet in de schijnwerpers staan."
Door het label hoogbegaafdheid vielen de puzzelstukjes in elkaar: het was niet gek dat ze dat allemaal deed.
Meriëm denkt dat als haar hoogbegaafdheid meteen was herkend, ze rechtstreeks naar het juiste niveau was gegaan en ze zich geen buitenbeetje had hoeven voelen. "Medeleerlingen noemden me een uitslover, terwijl ik helemaal niet zo veel moeite deed voor de hoge cijfers." Ze heeft nog altijd de droom om een universitaire studie af te ronden.
Voor haar werk begeleidt ze hoogbegaafde kinderen en jongeren en hun ouders, maar ook scholen. In de praktijk ziet ze vaker klanten met een biculturele achtergrond. "Bij hen wordt hoogbegaafdheid minder snel herkend. Het is onwetendheid, of het niet willen zien. Veel mensen zijn bevooroordeeld: als iemand half Nederlands spreekt, kan diegene niet hoogbegaafd zijn. Terwijl hoogbegaafdheid helemaal niet over taal gaat."