Minder drinken bij hartfalen? Nergens voor nodig, zeggen onderzoekers

Wie last heeft van hartfalen, krijgt standaard het advies om zijn vochtinname te beperken tot – afhankelijk van het ziekenhuis – tussen de 1500 en 2000 milliliter per dag. Maar dat is in veel gevallen helemaal niet nodig, ontdekten onderzoekers van het Radboudumc in Nijmegen. "Het enige verschil is dat mensen met een beperkte vochtinname meer dorst hebben."
Bij hartfalen kan het hart het bloed niet goed rondpompen, waardoor vocht zich ophoopt in het lichaam. Als je minder drinkt, houd je minder vocht vast. Dat was jarenlang het idee. Maar onderzoek was daar nooit naar gedaan. Tot nu, door onderzoekers van het Radboudumc. Zij publiceren hun bevindingen vandaag in het vakblad Nature Medicine.
Minder bezig met ziekte
Wat blijkt? Mensen die hun vochtinname niet hoeven te beperken, hebben een vergelijkbare gezondheid, worden net zo vaak opgenomen in het ziekenhuis en hebben niet meer medicijnen nodig dan mensen die dat wel moeten. En er zijn twee grote voordelen: ze hebben minder dorst, en zijn niet de hele dag met hun ziekte bezig doordat ze niet hoeven na te denken over of ze bijvoorbeeld een stuk fruit of bakje yoghurt mogen eten, of een kop koffie mogen drinken.
Let op: heb je hartfalen en het advies om je vochtinname te beperken? Stop daar dan niet mee zonder overleg met je arts. Sommige omstandigheden, zoals acuut hartfalen en natriumarmoede, zijn niet meegenomen in het onderzoek. Er is dus een kans dat voor jou het advies toch blijft om minder vocht in te nemen.
In Nederland krijgt één op de vijf mensen in zijn leven last van hartfalen, vooral mensen van boven de 60. Op dit moment hebben zo'n 250.000 mensen in Nederland daar last van, zegt onderzoeker en cardioloog Roland van Kimmenade. "Voor hun hartfalen zijn twee oorzaken: of de knijpkracht van het hart neemt af, of één of meer kamers van het hart worden stijver." In allebei de gevallen is het vermogen van het hart om bloed door het lichaam te pompen kleiner dan het zou moeten zijn. Dat kan onder meer leiden tot vermoeidheid en kortademigheid.
Yoghurt, fruit, appelmoes...
Dat ervaart ook Roel Velvis (67). Hij is geboren met een hartafwijking en is nu iets meer dan 10 jaar onder behandeling voor hartfalen. "Als ik een korte inspanning doe, zoals traplopen, dan ben ik al snel moe", vertelt hij. "En iedere middag om 13.00 uur moet ik een dutje doen, dat vind ik echt verschrikkelijk maar het is goed voor me. Daarnaast heb ik veel vocht in mijn buik."
Velvis heeft nu een vochtbeperking van 1,5 liter per dag. Dat betekent dat hij elke dag bijhoudt wat hij drinkt. "Ga ik in het weekend uit met vrienden? Dan moet ik daar 's morgens al rekening mee houden. Dan heb ik overdag meer dorst – ook door de medicijnen die ik gebruik, waar je meer dorst van krijgt." En het gaat niet alleen om drinken: "Yoghurt is ook vocht. Appelmoes. Fruit. Het telt allemaal mee. Als die vochtbeperking eraf kan, dan zou dat echt een verademing zijn. Het is hetgene waar ik in het dagelijks leven het meest last van heb."

Dagelijkse update
Wil jij iedere middag een selectie van het belangrijkste nieuws en de opvallendste verhalen in je mail? Meld je dan nu aan voor de dagelijkse update.
Ook Van Kimmenade denkt dat veel patiënten erbij gebaat zijn als ze niet meer in de gaten hoeven te houden hoeveel vocht ze binnenkrijgen. "Er zijn veel grote en belangrijke onderzoeken naar hartproblemen en de behandeling daarvan. Maar het is goed om ook naar zoiets simpels te kijken waar een grote groep patiënten op dagelijkse basis last van heeft."
Drie maanden gemonitord
Aan het onderzoek deden 506 mensen en zeven verschillende ziekenhuizen mee. De helft van de mensen kreeg het advies om maximaal 1,5 liter vocht per dag te drinken, de andere helft mocht zelf bepalen hoeveel ze dronken. De patiënten, mannen en vrouwen met verschillende oorzaken van hartfalen, werden drie maanden lang gemonitord. Van allemaal was het hartfalen stabiel, wat betekent dat ze bijvoorbeeld geen acuut hartfalen hadden en geen natriumarmoede. De mensen die geen beperking opgelegd hadden gekregen, dronken gemiddeld zo'n 300 milliliter per dag meer (vergelijkbaar met twee kopjes koffie).
Rudolf de Boer, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie en cardioloog in het Erasmus MC, is blij met het onderzoek. "Nu is er eindelijk duidelijkheid. De aanbeveling om een vochtbeperking op te leggen aan patiënten met hartfalen is nooit goed onderbouwd geweest en kunnen we nu laten varen."
Dat de patiënten in het onderzoek maar drie maanden zijn gevolgd, betekent volgens hem dat we nog niet alles weten over de langetermijneffecten van het stoppen met een vochtbeperking. "Maar er is ook geen signaal dat het op de lange termijn onveilig zou zijn."