Klanten en crowdfunders de dupe van bankroet bekende kindermeubelmaker

Niet alleen klanten van kindermeubelmaker Bopita zijn de dupe van het bankroet van het Gelderse bedrijf. Ook crowdfunders en de fiscus dreigen flink het schip in te gaan. Zij hebben een paar miljoen euro tegoed van het failliete bedrijf.
Dat blijkt uit de eerste faillissementsverslagen van de drie failliete vennootschappen achter Bopita, die curator Guido Roest onlangs openbaar maakte.
Complete kinderkamers
Bopita is een bekende Nederlandse fabrikant van kindermeubels, uit het Gelderse Elst. Het bedrijf werd in de jaren tachtig opgericht, en werd bekend door zijn babyboxen. Inmiddels verkoopt het bedrijf allerlei kindermeubels, tot complete kinderkamers aan toe. Bopita voert ook merknamen als CocoMilou en ToiToi Kids.
Vlak voor kerst gingen drie bedrijven achter Bopita echter failliet, als gevolg van teruglopende omzetten, stijgende kosten en dalende marges. Een poging om een succesvolle omslag te maken van verkoop via winkels naar een webshop, mislukte. Eerder bleek al dat klanten die kindermeubels hadden besteld en vooruitbetaald, vreesden dat zij naar hun geld konden fluiten.
Gedupeerden
In het eerste faillissementsverslag van het belangrijkste Bopita-bedrijf blijkt inderdaad dat de curator veel tijd kwijt is aan de afwikkeling van klanten. "Omdat er sprake is van een faillissement waar een grote groep consumenten bij betrokken is, brengt het contact met de consumenten aanzienlijke werkzaamheden met zich mee", schrijft Roest.
Maar de kindermeubelkopers zijn niet de enige gedupeerden. Uit de faillissementsverslagen blijkt namelijk dat ook crowdfunders voor een hoop geld het schip dreigen in te gaan. Afgelopen april haalde Bopita met crowdfunding via het platform GeldVoorElkaar namelijk nog driekwart miljoen euro op.
Crowdfunders
Investeerders leenden daarbij geld uit, tegen een aantrekkelijke rentevergoeding van 10,5 procent. Bopita werd bij die gelegenheid aangeprezen als 'gerenommeerd familiebedrijf (...) dat al ruim 30 jaar kindermeubelen voor de Europese markt ontwerpt en produceert'. Met een extra rente van 0,5 procent werden investeerders verleid om snel, binnen vijf dagen, te beslissen.
Volgens de faillissementsverslagen heeft GeldVoorElkaar nu een vordering van ruim 672.000 euro bij de curator ingediend. Het platform kreeg wel aandelen, merknamen debiteuren, voorraden en bedrijfsinventaris van het bedrijf als onderpand, voor het geval de lening niet zou worden terugbetaald.
Onderpand
Het is echter nog maar de vraag of die genoeg opbrengen om de schuld te voldoen. Evenmin is het zeker of die onderpanden de crowdfunders voorrang geven op de preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst en het UWV (zie kader onderaan).
Wel duidelijk is dat de Belastingdienst nog veel méér geld tegoed heeft van de kindermeubelmaker dan de crowdfunders. De fiscus vordert ruim 1,4 miljoen euro bij de belangrijkste werkmaatschappij, en nog eens ruim twee ton bij het moederbedrijf wegens nog verschuldigde omzetbelasting en loonheffingen.
Wie krijgt voorrang?
Bij een faillissement hebben preferente schuldeisers als de Belastingdienst en het UWV in principe voorrang op de andere schuldeisers. Dat betekent dat hun vorderingen eerst worden terugbetaald uit het beschikbare geld. Als er dan nog geld over is, verdeelt de curator dat - na aftrek van kosten en naar rato - over de overige schuldeisers.
Maar soms krijgen schuldeisers die onderpanden bezitten, toch voorrang op de belastingman. Behalve als de fiscus een zogenoemd bodemvoorrecht heeft. De faillissementsverslagen van Bopita zijn niet helemaal duidelijk over wie nu de eerste rechten heeft op het beschikbare geld in de failliete boedel. De fiscus zou een bodemvoorrecht hebben, maar ook de pandrechten van het crowdfundersplatform worden serieus bekeken. "De curator onderzoekt de positie van GeldVoorElkaar", aldus het verslag.
Zowel curator Roest als risicomanager Marco de Roo van GeldVoorElkaar reageerden niet op een verzoek om toelichting.