Voedingsadvies voor migranten: 'Diëtiste begreep mijn eetgewoonten niet'

Wie naar een diëtiste gaat, krijgt vaak adviezen die bij een Nederlands voedingspatroon passen. 's Ochtends en 's middags yoghurt of boterhammen en 's avonds aardappelen, pasta of rijst. Maar dat sluit vaak niet aan bij het eetpatroon van Nederlanders met bijvoorbeeld een Marokkaanse, Surinaamse of Turkse achtergrond.
Gekookte rijst. Het lijkt, los van de koolhydraten, een gezond gerecht. Maar wat nu als je klontjes boter door die rijst roert. Dan is het opeens een caloriebom. En je valt niet af als de diëtiste denkt dat je gezond eet, terwijl je dat dus door miscommunicatie niet doet.
Op dit soort cultuurverschillen stuitte Mirjam Jager, docent Voeding en Diëtetiek bij de HAN University of Applied Sciences bij haar promotieonderzoek. Niets is zo cultureel bepaald als voeding, zegt Jager die diëtistes leert hoe ze goede zorg kunnen bieden aan migranten. "Het gaat om de juiste kennis, houding en vaardigheden."
Gekookte rijst met boter
"Ik ben ook boodschappen gaan doen met cliënten en bij hen thuis gaan kijken hoe ze kookten. Bij een Turkse mevrouw werd de rijst gekookt en ging er daarna nog boter doorheen. In een ander pannetje ging vermicelli met boter en dat werd ook door de rijst gemengd. Dat moet je als diëtiste wel weten als je je cliënt adviseert rijst te koken."
En juist aan die kennis ontbeert het vaak, weet ook diëtiste Maria Sahakian, die Armeense roots heeft. Toen ze zelf jaren geleden naar de diëtiste ging, kon ze weinig met de tips die ze kreeg. "In de Armeense keuken gebruiken we kruiden en peulvruchten die ze niet goed kende. Ze was ook niet bekend met een dagritme waarbij vaak twee keer per dag warm wordt gegeten of waar heel laat wordt gekeken. Ik voelde me niet gehoord."
Reden om jaren later zelf diëtistenpraktijk Noër te beginnen waarin ze zich focust op migranten. "Die eten vaak veel koolhydraten. Rijstgerechten, waarbij ze ook brood serveren bijvoorbeeld, veel peulvruchten, veel suiker bij de thee."
Basiskennis over wat voeding doet met je lichaam, die veel Nederlanders wel hebben, ontbreekt, zegt Sahakian. Ze moet veel meer uitleggen en bij de basis beginnen.
"Waar zit je maag? Wat is suikerziekte? Gelovige cliënten beleven ziekte bovendien anders. Die denken dat ze suikerziekte hebben door ingrijpen van God. Ze ziet het niet als iets wat ze zichzelf hebben aangedaan door hun levensstijl."
Taalbarrière
Daar komt nog een taalbarrière bij. Niet iedereen kan even goed schrijven of lezen of spreekt goed Nederlands.
Sahakian spreekt Nederlands, Armeens en Engels en begrijpt Turks en Arabisch. Bij een taalbarrière past ze zich aan. "Als ze een eetdagboek bij moeten houden en niet goed kunnen schrijven, vervang ik dat vaak door het laten maken van foto's van hun eten."
Brood met lepels olijfolie
Het ontbreekt Nederlandse diëtisten vaak aan kennis, zegt de Armeense diëtiste. "Hun cliënt vertelt dat ze 's ochtends brood eet. Maar als je als diëtiste niet weet dat bij een typisch Marokkaans ontbijt, brood in 10 tot 14 theelepels olijfolie wordt gedipt, kun je ook geen goede adviezen geven."
Sahakian geeft nog een voorbeeld. Dat moslims tijdens de Ramadan vasten, is bekend. "Maar de Eritrese orthodoxe populatie vast 200 dagen per jaar. Dan leven ze als veganist, wat kan zorgen voor een onvolwaardig voedingspatroon en spierafbraak. Dan moet je als diëtist zorgen dat ze extra vitamines en plantaardige eiwitten krijgen."
Sociale rol van eten
Eten speelt bij veel culturen een belangrijke rol in het leven. Een gast krijgt altijd eten aangeboden. Afwijzen wordt als onbeleefd gezien.
"Ik leer cliënten hoe ze daarmee om moeten gaan. Je hoeft het eten niet af te wijzen maar kies iets met weinig koolhydraten. Of leg uit dat je diabetes hebt en wat dat is."
Opleiding
De Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD), waar 3000 diëtisten bij zijn aangesloten, heeft geen cijfers over het aantal leden dat zich gespecialiseerd heeft in migranten. Wel is er binnen de opleiding voortaan meer aandacht voor diversiteit.
Alleen in Rotterdam wonen al 170 nationaliteiten. Je kunt niet alle kennis paraat hebben, zegt Jager. "Maar je kunt wel meer vragen aan je cliënt. Vast je weleens? Hoe maak je je eten klaar?"
Jager adviseert regelmatig te controleren of je elkaar goed begrepen hebt. En dat hoeft niet belerend te zijn. "Zeg bijvoorbeeld: ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd, kunt u me eens vertellen wat u thuis gaat doen. Je moet ze echt goed meenemen in het proces."