Leesvaardigheid basisschoolkinderen beroerd, maatschappelijk functioneren in de knel

Het is beroerd gesteld met de leesvaardigheid van basisscholieren. Slechts de helft van de kinderen haalt aan het eind van het basisonderwijs niveau 2F, de minimale vaardigheid om mee te kunnen komen in de maatschappij, meldt de onderwijsinspectie.
In het speciale basisonderwijs bereikt zelfs maar 7 procent dit niveau, blijkt uit onderzoek. Er moet zowel op school als thuis en elders veel gedaan worden om de situatie te verbeteren. Het streefcijfer was en is 65 procent voor alle leerlingen.
Weinig aanmoediging
De helft van de leerlingen leest buiten school nog geen kwartier per dag. "Leerlingen ervaren bovendien vanuit thuis een geringe ondersteuning bij het lezen", zegt de inspectie.
De meeste kinderen praten vrijwel nooit met hun ouders over wat ze eventueel lezen, al moedigen sommige moeders en vaders hen nog weleens aan om een boek te pakken.
Eigen onderzoek
Het onderzoek, uitgevoerd door de inspectie zelf, vond plaats in schoolseizoen 2020/2021 en werd gedaan door middel van een representatieve steekproef bij 110 basisscholen en 41 sbo-scholen. In totaal deden 3318 basisschoolleerlingen en duizend sbo-leerlingen mee.
"De leesontwikkeling van leerlingen staat dus onder druk. Met alle gevolgen van dien, zowel voor de schoolprestaties en het succes in het vervolgonderwijs van leerlingen, als voor hun latere maatschappelijke deelname en functioneren", waarschuwt de inspectie.
Verwerken in andere vakken
Hoe meer begrijpend lezen wordt verwerkt in andere vakken, hoe beter het is voor de leesvaardigheid, zegt de inspectie. "Het verbeteren van het leesonderwijs is namelijk niet alleen een taak van de taal-/leescoördinator, maar vraagt een gezamenlijke inspanning van het gehele schoolteam."
De Onderwijsraad stelde vorige maand eveneens dat taal (en rekenen) ook in alle andere vakken nadrukkelijk aan de orde moeten komen om deze vaardigheden beter onder de knie te krijgen.
Handen ineenslaan
De meeste leerkrachten werken volgens de inspectie mee, maar er zou nog wel wat meer aandacht kunnen zijn voor de vraag hoe de kinderen nu eigenlijk goed leren lezen. Ook zouden er meer 'rijke' teksten kunnen worden gebruikt, over 'levensechte, herkenbare thema’s' en met 'een duidelijke structuur, origineel taalgebruik en een gevarieerd woordgebruik'.
Volgens de inspectie is echter meer nodig dan een brede inzet door de scholen. "Scholen, ouders, gemeenten, bibliotheken en consultatiebureaus moeten de handen ineenslaan om ervoor te zorgen dat leerlingen gemotiveerd raken en blijven om te lezen en toegang hebben tot boeken. Dat is nu nog niet voor iedere leerling vanzelfsprekend", concludeert de inspectie.